Dictionnaire néerlandais–français

Traduction française du mot néerlandais vastzetten

néerlandais → français
  
néerlandaisfrançais (traduit indirectement)espéranto
se mettre en travers
(definitief)
définitif
🔗 Sinds hij Jack had gezien, begonnen zijn vage plannen vastere vorm aan te nemen.
(zeker; zeker wel)
probablement
🔗 Ik ben vast op het goede spoor.
(bepaald; zeker; stellig; geheid; beslist; met zekerheid);
sûrement
;
assurément
(blijvend; voortdurend; duurzaam; permanent)
permanent
🔗 Je bent nooit erg op vast werk gesteld geweest, wel?
(onbeweeglijk; star)
fixe
(gevestigd; hecht; stevig)
ferme
(solide)
solide
🔗 Bij toevoegen van zoutzuur ontstond bovenop een olieachtige laag, die bij koelen vast werd.
composer
munti
asseoir
sidigi
(steken; plaatsen; stoppen; doen)
appliquer
; ;
poser
🔗 Ze naderde met een bord soep, dat ze voorzichtig op zijn knieën zette.