English–Dutch dictionary
Dutch translation of the English word takeaway
| English | Dutch (translated indirectly) | Esperanto |
|---|---|---|
take away (abstract; remove; seize; take) | ; ; ; | |
| (divert; abduce; lead away) | ; laten afvloeien ; ; ; | |
| ||
take away (deduct; subtract; doff) | ; | |
| (far; forth; off; yonder; afar) | ; voort ; | |
| (abstract; take away; remove; seize) | ; | |
| (bite; bite at; rise; rise to the bait; take the bait) | allogaĵmordi | |
| (bite; rise to the bait; take the bait; rise) | ekmordi | |
| (occupy; engage; fill; hold; involve) | ; ; | |
| (lay hold of; pick up; get) | ; ; | |
| ||
| (plunder; rob; loot; kidnap; reave) | ||
| ||
| ||
| ||
| English | Dutch |
|---|---|
| take away | ⇆ afnemen; ⇆ benemen; ⇆ meenemen; ⇆ ontnemen; ⇆ opnemen; ⇆ weghalen; ⇆ wegnemen |
| takeaway | ⇆ afhaalmaaltijd; ⇆ afhaalrestaurant; ⇆ afhaal‐; ⇆ meeneem‐ |
| takeaway meal | ⇆ afhaalmaaltijd |
| away | ⇆ afwezig; ⇆ erop los; ⇆ heen; ⇆ henen; ⇆ mee; ⇆ van huis; ⇆ ver; ⇆ voort; ⇆ weg |
| take | ⇆ aanbijten; ⇆ aangrijpen; ⇆ aannemen; ⇆ aanslaan; ⇆ aanvaarden; ⇆ afkrijgen; ⇆ afleggen; ⇆ afnemen; ⇆ afzetten; ⇆ begrijpen; ⇆ behalen; ⇆ benemen; ⇆ beroven van; ⇆ beschouwen; ⇆ bezetten; ⇆ bezorgen; ⇆ brengen; ⇆ buitmaken; ⇆ doen; ⇆ drinken; ⇆ erover doen; ⇆ gebruiken; ⇆ geven; ⇆ halen; ⇆ houden; ⇆ in behandeling nemen; ⇆ in beslag nemen; ⇆ incasseren; ⇆ innemen; ⇆ inslaan; ⇆ inwinnen; ⇆ kieken; ⇆ kosten; ⇆ krijgen; ⇆ leiden; ⇆ maken; ⇆ meenemen; ⇆ nemen; ⇆ noteren; ⇆ nuttigen; ⇆ ontvangen; ⇆ ontvangst; ⇆ opdoen; ⇆ opname; ⇆ opnemen; ⇆ opschrijven; ⇆ opvatten; ⇆ opvolgen; ⇆ overbrengen; ⇆ overnemen; ⇆ pakken; ⇆ recette; ⇆ slaan; ⇆ snappen; ⇆ springen over; ⇆ succes hebben; ⇆ te baat nemen; ⇆ tot zich nemen; ⇆ vangen; ⇆ vangst; ⇆ vatten; ⇆ veroveren; ⇆ voeren; ⇆ volgen; ⇆ waarnemen; ⇆ zich schikken; ⇆ … in slaan |