English–Dutch dictionary
Dutch translation of the English word set
| English | Dutch (translated indirectly) | Esperanto |
|---|---|---|
| (go down) | ||
| ||
| (crockery set; service) | ||
| (erect; establish; found) | ||
| (locate; place; position) | ||
| (assemble; erect; mount; stage) | munti | |
| (prescribe) | preskribi | |
| (ensemble; suite) | ; | |
| ||
| (typeset; compose) | ||
| (irritate; set on edge; aggravate) | ; | |
| (apparatus; device; appliance; gear) | ||
| (outfit; suit; complement) | ; | |
| (bevy; collection; group; heap; herd; pack; cluster; suite; drove; array; pod) | ; ; ; ; ; | |
| ||
| (determine; fix; decide; settle) | ; | |
| (affix; attach; determine; fasten; fix; make fast; secure; stick; appoint; belay; peg) | ; | |
| (install; establish; implement) | ; ; | |
| (lay down; place; put) | ; | |
| (erect; establish; institute; pitch; raise; stand; set up; set down) | ; | |
| (Seth) | ||
be set (come about; happen; occur; take place; be afoot; come on; come to pass; fall; transpire) | ||
drum set (drum kit; trap set; drums; set of drums) | ; | |
| (kindle; light; ignite; torch) | ; ; doen ontbranden ; ; ; ; ; ; | |
| ||
set aside (dedicate; devote; bestow) | ; ; ; | |
set back (put back; throw back) | ||
| (erect; establish; institute; pitch; raise; set; stand; set up) | ||
| ||
| (depart; leave; set out) | ||
| ||
| ||
set going | aan de gang brengen | ekfunkcii |
| (commence; begin; start; be started; kick off) | ; ; | |
| ||
| (start out; start) | ; ; ; | |
| ||
set out (depart; leave; set forth) | ; | |
set out (depart; leave) | ; op reis gaan | |
| (explain; account for; elucidate; expound; explicate; give an accounting for) | ||
| ||
| (lay dinner; lay the cloth) | aranĝi la tablon | |
| ||
set to work (get to work; hit the deck; settle to work; start working; put in use) | ; ; ; ; | |
set up (erect; establish; institute; pitch; raise; set; stand; set down) | ; | |
television set (TV set; television; telly) | ; ; ; | |
trap set (drum kit; drum set; drums; set of drums) | ; | |
setback (decline; going down; fall; regression; retreat; backsliding) | teruggang | |
setback (backspace; backward step) | ||
| ||
setting | ||
setting (determination) | ||
setting | ; vaststelling ; | |
setting (fixing) | ; vaststelling | |
setting (regulation; adjustment) | vereffening | |
setting (regulation) | ; | |
subset (subgroup) | ||
| English | Dutch |
|---|---|
| set | ⇆ aangeven; ⇆ aanzetten; ⇆ afzetten; ⇆ bende; ⇆ bent; ⇆ bepaald; ⇆ bepalen; ⇆ bepoten; ⇆ bezet; ⇆ bezetten; ⇆ bijzetten; ⇆ blijven staan; ⇆ brengen; ⇆ decor; ⇆ dik worden; ⇆ doen stollen; ⇆ gaan; ⇆ garnituur; ⇆ gedekt; ⇆ gelijkzetten; ⇆ gezet; ⇆ hard worden; ⇆ houding; ⇆ inklinken; ⇆ inzetten; ⇆ kassen; ⇆ klaar; ⇆ klaarzetten; ⇆ kliek; ⇆ kring; ⇆ leggen; ⇆ loot; ⇆ nest; ⇆ omboorden; ⇆ óndergaan; ⇆ onderscheiden; ⇆ onveranderlijk; ⇆ op elkaar klemmen; ⇆ opgeven; ⇆ opleggen; ⇆ opstijven; ⇆ opzetten; ⇆ partij; ⇆ permanent; ⇆ plaatsen; ⇆ planten; ⇆ ploeg; ⇆ poten; ⇆ prikken; ⇆ reeks; ⇆ reut; ⇆ richten; ⇆ richting; ⇆ schikken; ⇆ servies; ⇆ set; ⇆ snit; ⇆ span; ⇆ spel; ⇆ staan; ⇆ stek; ⇆ stel; ⇆ stellen; ⇆ stijf; ⇆ stollen; ⇆ strak; ⇆ studio; ⇆ toestel; ⇆ toneel; ⇆ toneelschikking; ⇆ troep; ⇆ uitpoten; ⇆ uitzetten; ⇆ vallen; ⇆ vast; ⇆ vaststellen; ⇆ vast worden; ⇆ vatten; ⇆ verstrakken; ⇆ verzakking; ⇆ verzameling; ⇆ watergolf; ⇆ watergolven; ⇆ zaailing; ⇆ zetten; ⇆ zich vastgezet hebbend; ⇆ zich zetten; ⇆ zitten |
| all set | ⇆ kant en klaar; ⇆ klaar |
| all set for | ⇆ klaar om te |
| all set to | ⇆ klaar om te |
| at set times | ⇆ op gezette tijden |
| be set | ⇆ onder zijn; ⇆ opkrijgen; ⇆ zich afspelen |
| be set against | ⇆ gekant zijn tegen |
| be set in | ⇆ spelen in; ⇆ zich afspelen in |
| be set on | ⇆ vastbesloten zijn tot; ⇆ verzot zijn op |
| be set to | ⇆ op het punt staan te |
| building set | ⇆ bouwpakket |
| construction set | ⇆ bouwpakket |
| drum set | ⇆ drums; ⇆ drumstel |
| fondue set | ⇆ fonduestel |
| jet set | ⇆ jetset |
| make a dead set at | ⇆ het gemunt hebben op; ⇆ zijn zinnen gezet hebben op |
| manicure set | ⇆ manicure |
| on the set | ⇆ in de studio |
| set about it | ⇆ eraan beginnen |
| set about somebody | ⇆ iemand aanvallen |
| set a date | ⇆ een datum prikken |
| set against | ⇆ gekant tegen; ⇆ plaatsen tegenover; ⇆ stellen tegenover; ⇆ tegenoverstellen |
| set apart | ⇆ afzonderen; ⇆ bestemmen; ⇆ reserveren; ⇆ ter zijde leggen; ⇆ ter zijde zetten |
| set aside | ⇆ buiten beschouwing laten; ⇆ buiten werking stellen; ⇆ opzij schuiven; ⇆ opzij zetten; ⇆ reserveren; ⇆ sparen; ⇆ ter zijde leggen; ⇆ uittrekken; ⇆ vernietigen; ⇆ verwerpen |
| set back | ⇆ achteruitzetten; ⇆ terugzetten |
| set by | ⇆ gelijkzetten met; ⇆ ter zijde leggen |
| set designer | ⇆ decorontwerper |
| set down | ⇆ afzetten; ⇆ boekstaven; ⇆ neerzetten; ⇆ opschrijven; ⇆ optekenen; ⇆ te boek stellen |
| set down as | ⇆ beschouwen als; ⇆ houden voor |
| set down to | ⇆ toeschrijven aan |
| set fair | ⇆ bestendig weer |
| set fire to | ⇆ aansteken; ⇆ in brand doen vliegen; ⇆ in brand steken |
| set for | ⇆ klaar om te |
| set forth | ⇆ erop uittrekken; ⇆ eropuit trekken; ⇆ op reis gaan; ⇆ opsommen; ⇆ uiteenzetten; ⇆ uittrekken; ⇆ vermelden |
| set forth on one’s journey | ⇆ erop uittrekken; ⇆ op reis gaan |
| set free | ⇆ bevrijden; ⇆ in vrijheid stellen; ⇆ vrijlaten |
| set from | ⇆ onderscheiden van |
| set going | ⇆ aan de gang brengen; ⇆ in beweging brengen; ⇆ in beweging krijgen; ⇆ in omloop brengen; ⇆ op gang brengen |
| set in | ⇆ beginnen; ⇆ intreden; ⇆ invallen; ⇆ inzetten; ⇆ vatten in; ⇆ zijn intrede doen; ⇆ zijn intree doen |
| set light to | ⇆ in brand steken |
| set off | ⇆ afscheiden; ⇆ afzetten; ⇆ compenseren; ⇆ doen afgaan; ⇆ doen uitkomen; ⇆ goedmaken; ⇆ in gang zetten; ⇆ tot ontploffing brengen; ⇆ vertrekken |
| set off against | ⇆ laten opwegen tegen; ⇆ stellen tegenover |
| set off to advantage | ⇆ goed doen uitkomen |
| set of teeth | ⇆ gebit; ⇆ kunstgebit |
| set on | ⇆ aanhitsen; ⇆ aanvallen; ⇆ aanzetten; ⇆ ophitsen; ⇆ opstoken |
| set on fire | ⇆ in brand doen vliegen; ⇆ in brand steken; ⇆ in de hens zetten |
| set oneself against | ⇆ zich verzetten tegen |
| set oneself to | ⇆ zich erop toeleggen; ⇆ zijn best doen om |
| set one’s hand to | ⇆ aanpakken; ⇆ de hand aan het werk slaan |
| set one’s teeth | ⇆ zich verbijten |
| set one’s watch by | ⇆ zijn horloge gelijkzetten met |
| set out | ⇆ afreizen; ⇆ eropuit gaan; ⇆ eropuit trekken; ⇆ gereedzetten; ⇆ klaarleggen; ⇆ klaarzetten; ⇆ op pad gaan; ⇆ op reis gaan; ⇆ op stap gaan; ⇆ opsommen; ⇆ uiteenzetten; ⇆ uitstallen; ⇆ uittrekken; ⇆ uitzetten; ⇆ versieren; ⇆ vertrekken; ⇆ zich op weg begeven; ⇆ zich opmaken |
| set out for | ⇆ zich begeven naar |
| set out in business | ⇆ een zaak beginnen |
| set out on | ⇆ aanvaarden |
| set out to | ⇆ eropuit gaan om; ⇆ het erop aanleggen; ⇆ trachten te; ⇆ zich ten doel stellen |
| set out with | ⇆ versieren met |
| set piece | ⇆ groot stuk |
| set sail | ⇆ de reis beginnen; ⇆ op reis gaan; ⇆ uitzeilen |
| set screw | ⇆ stelschroef |
| set somebody against oneself | ⇆ iemand in het harnas jagen; ⇆ iemand tegen zich in het harnas jagen |
| set somebody on | ⇆ iemand in het kwaad stijven |
| set somebody up | ⇆ iemand erin laten lopen |
| set the clock | ⇆ de klok gelijkzetten |
| set the example | ⇆ het voorbeeld geven |
| set the fashion | ⇆ de mode aangeven; ⇆ de toon aangeven |
| set theory | ⇆ verzamelingenleer |
| set the pace | ⇆ de pas aangeven; ⇆ het tempo aangeven |
| set the table | ⇆ de tafel dekken; ⇆ dekken |
| set thinking | ⇆ tot nadenken brengen |
| set to music | ⇆ op muziek zetten |
| set to work | ⇆ aan de arbeid gaan; ⇆ aan de gang gaan; ⇆ aan de slag gaan; ⇆ aan het werk gaan; ⇆ aan het werk tijgen; ⇆ aan het werk zetten; ⇆ zich aan het werk begeven; ⇆ zich aan het werk zetten |
| set up | ⇆ aanheffen; ⇆ aankomen met; ⇆ aanstellen; ⇆ benoemen; ⇆ beter maken; ⇆ instellen; ⇆ op de been houden; ⇆ op poten zetten; ⇆ oprichten; ⇆ opstellen; ⇆ rijk maken; ⇆ uitrusten; ⇆ vals beschuldigen; ⇆ valselijk beschuldigen; ⇆ vestigen; ⇆ voorzien; ⇆ weer op de been helpen; ⇆ zetten; ⇆ zich aanschaffen; ⇆ zich vestigen |
| set up as | ⇆ zich opwerpen als; ⇆ zich uitgeven voor; ⇆ zich vestigen als; ⇆ zich voordoen als |
| set up for | ⇆ zich uitgeven voor |
| set up for oneself | ⇆ een eigen zaak beginnen; ⇆ voor zichzelf beginnen |
| set up home in | ⇆ gaan wonen in |
| set up house | ⇆ een huishouden opzetten; ⇆ zich inrichten |
| set up in business | ⇆ in een zaak zetten |
| set up on one’s own account | ⇆ een eigen zaak beginnen; ⇆ voor zichzelf beginnen |
| set up shop | ⇆ een bedrijf beginnen |
| set upon | ⇆ aanhitsen; ⇆ aanvallen; ⇆ aanzetten; ⇆ ophitsen |
| set with | ⇆ bezet met; ⇆ bezetten met |
| telephone set | ⇆ telefoontoestel |
| television set | ⇆ TV‐toestel; ⇆ televisie; ⇆ televisieapparaat; ⇆ televisietoestel |
| trap set | ⇆ drums; ⇆ drumstel |
| twin set | ⇆ trui met vest |
| well set up | ⇆ flinkgebouwd; ⇆ goed gebouwd |
| coffee‐set | ⇆ koffieservies |
| dinner‐set | ⇆ eetservies; ⇆ servies |
| hard‐set | ⇆ bebroed; ⇆ onbuigzaam |
| heavy‐set | ⇆ zwaargebouwd |
| inset | ⇆ bijkaartje; ⇆ bijlage; ⇆ bijvoegsel; ⇆ ingezet; ⇆ inleggen; ⇆ inlegvel; ⇆ invoegen; ⇆ inzetsel; ⇆ inzetten |
| radio‐set | ⇆ radio; ⇆ radiotoestel |
| receiving‐set | ⇆ ontvangtoestel |
| reset | ⇆ gelijkzetten; ⇆ instellen; ⇆ opnieuw zetten; ⇆ resetten; ⇆ terugzetten op nul; ⇆ zetten |
| set‐to | ⇆ gevecht; ⇆ kloppartij; ⇆ ruzie; ⇆ vuistgevecht |
| setback | ⇆ instorting; ⇆ klap; ⇆ opdonder; ⇆ tegenslag; ⇆ teruggang; ⇆ terugslag |
| set‐in | ⇆ ingezet |
| set‐off | ⇆ compensatie; ⇆ schuldvergelijking; ⇆ tegenhanger; ⇆ tegenstelling; ⇆ versiering |
| sett | ⇆ dassehol; ⇆ kassei |
| setting | ⇆ achtergrond; ⇆ couvert; ⇆ enscenering; ⇆ mise‐en‐scène; ⇆ montering; ⇆ montuur; ⇆ omgeving; ⇆ omlijsting; ⇆ ondergang; ⇆ stand; ⇆ toonzetting; ⇆ vruchtzetting; ⇆ zetten |
| sharp‐set | ⇆ rammelend van de honger |
| subset | ⇆ deelverzameling |
| tea‐set | ⇆ servies; ⇆ theeservies |
| underset | ⇆ ondersteunen; ⇆ onderstroom; ⇆ stutten |
| well‐set | ⇆ stevig gebouwd |