Dutch–English dictionary

English translation of the Dutch word treffend

Dutch → English
  
DutchEnglish (translated indirectly)Esperanto
prominently
okulfrape
(sprekend)
(ontmoeten);
(halen; raken); ; ;
encounter
;
🔗 De man met het zwaard wachtte op een kans om toe te slaan zonder het risico te lopen dat hij de soldaten trof.
(gevecht; kamp; slag);
🔗 In het verleden heeft dit treffen al eenenveertig maal plaatsgehad.
(ontmoeting)
🔗 Maar dat is een informeel treffen.
(slaan)
🔗 Een boom is hoog en hoge objecten worden eerder door bliksem getroffen.
🔗 Ach, welke ramp zal ons nu treffen?
(aanwenden; toepassen)
(raken);
🔗 Bijna drie jaar geleden werd Birma getroffen door de orkaan Nargis.

DutchEnglish
treffend striking; touching; well‐chosen
treffen smite; affect; befall; catch; encounter; engagement; fall in with; fall on; fall upon; hit; impact; impinge on; impinge upon; impress; make; meet; touch; strike; meet with; hit off; find; come across; chance upon; fight; apply