Dutch–English dictionary

English translation of the Dutch word begin

Dutch → English
  
DutchEnglish (translated indirectly)Esperanto
(aanvang; ontstaan);
🔗 Aan het begin van de avond is in Vlaardingen een boom op een geparkeerde auto gevallen.
(start);
commencement
; ;
🔗 Vijf minuten na het begin van onze aanval was de strijd afgelopen.
begin‐
(aanvangs‐; aanvankelijk)
alle begin is moeilijk
all beginnings are difficult
ĉiu komenco estas malfacila
(aanvangen; beginnen; aanvaarden; beginnen aan; beginnen met; inzetten; starten; aangaan);
(aanvankelijk; in het begin; om te beginnen; in eerste instantie)
at the outset
; ;
in the beginning
; ;
🔗 In den beginne schiep God de hemel en de aarde.
(aanvankelijk);
in the beginning
🔗 Vooral in het begin kan dat zeer snel gaan.
(aanvangsdatum)
date of commencement
(voorletter; initiaal)
initial
(beginner);
novice
;
tyro
🔗 Hij zegt zelf dat hij nog maar een beginneling is.
(aanvangen; aanvaarden; beginnen aan; beginnen met; inzetten; starten; een begin maken met; aangaan; aanheffen); ;
🔗 Vandaag ga ik een heel nieuw leven beginnen.
(aanbreken; aanvangen; ingaan; een aanvang nemen; inzetten; intreden; ertoe overgaan; van start gaan); ; ; ;
🔗 De film begint.
(uitgangspunt)
(aanvangssnelheid)
initial velocity

DutchEnglish
begin at the beginning of; beginning; commencement; early in; fresh; inception; inchoation; incipience; incipiency; initiation; lead‐off; onset; opening; origin; outset; start
begin‐ inceptive; inchoative; incipient; initial
al in het begin at the outset; at the very start; from the outset
alle begin is moeilijk all beginnings are difficult
bij het begin beginnen begin at the beginning
dat was het begin van het einde the rot set in
een begin maken met initiate; begin; start
een begin van brand an outbreak of fire
een goed begin is het halve werk well begun is half done
een verkeerd begin a bad start; a false start
het eerste begin the thin end of the wedge
in het begin at first; at the start; at the beginning; in the beginning
in het begin van early in; at the beginning of
van het begin af aan from the first; from the beginning
een begin maken make a beginning; make a start
begindatum date of commencement
beginfase initial phase
beginletter initial
beginneling beginner; colt; fledgeling; greenhorn; tyro; novice
beginpunt origin; starting‐point
beginsnelheid initial velocity
beginstadium beginning; infancy; initial stage
beginnen begin; commence; enter into; get going; go about; go into business; kick off; launch; lead off; open; open up; play up; start; start off; start out; start up; strike up; take off; tee off; set in; come on; get under way