Synonyms: aanbinden, aanvangen, beginnen, aanvaarden, aanpakken, beginnen met, inzetten, starten, overgaan tot, ter hand nemen, een begin maken met, aangaan, aanheffen
| Part of speech | verb |
|---|
| Hyphenation | be·gin·nen aan |
|---|
Men beginne er niet aan.
Eerlijk gezegd viel het me niet mee om aan dit boek te beginnen.
„Wat voor vogel?” vroeg heer Bommel, die wilde voorkomen dat de ander aan een gedicht begon.
De volgende morgen begonnen Xodar en ik al vroeg aan ons plan voor de ontsnapping.