Diccionario neerlandés–español

Traducción española de la palabra neerlandesa trefpunt

neerlandés → español
  
neerlandésespañol (traducido indirectamente)esperanto
trefpunt
blanko
;
meta
punto
;
tanto
🔗 Zo zijn er scholen die eindcijfers met één punt ophogen.
(piek)
cima
;
extremo
;
punta
;
vértice
🔗 De punt van het mes prikte in de huid van zijn keel.
(oog; stip)
punto
(ontmoeten)
chocar contra
;
dar con
;
encontrar
;
encontrarse con
;
topar
(halen; raken)
acertar
;
dar con
;
dar en
🔗 De man met het zwaard wachtte op een kans om toe te slaan zonder het risico te lopen dat hij de soldaten trof.
(gevecht; kamp; slag)
acción
;
batalla
🔗 In het verleden heeft dit treffen al eenenveertig maal plaatsgehad.
(ontmoeting)
encuentro
🔗 Maar dat is een informeel treffen.
(aanwenden; toepassen)
aplicar
;
emplear