Nederlands–Engels woordenboek

Engelse vertaling van het Nederlandse woord aanmaken

Nederlands → Engels

NederlandsEngels (indirect vertaald)Esperanto
info aanmaken
werkwoord
(aanleggen; aansteken; opsteken)
info light
werkwoord
info ekbruligi
werkwoord
info aanmaken
werkwoord
(fabriceren; maken)
info manufacture
werkwoord
info fabriki
werkwoord
info aanmaken
werkwoord
(begaan; afleggen; doen; maken; stellen; vervaardigen)
info make
werkwoord
info fari
werkwoord
info aanmaken
werkwoord
(bereiden; toebereiden; prepareren; opmaken)
info prepare
werkwoord
info prepari
werkwoord
info aanmaak
zelfstandig naamwoord
(fabricage; vervaardiging)
info making
zelfstandig naamwoord
;
info manufacture
zelfstandig naamwoord
info fabrikado
zelfstandig naamwoord
info aanmaak
zelfstandig naamwoord
(vervaardiging; maken)
making
info farado
zelfstandig naamwoord
info maken
werkwoord
(doen ontstaan; formeren; instellen; opleveren; opwekken)
info create
werkwoord
info estigi
werkwoord
info maken
werkwoord
(aanmaken; fabriceren)
info fabricate
werkwoord
;
info manufacture
werkwoord
info fabriki
werkwoord
info maken
werkwoord
(aanmaken; begaan; afleggen; doen; stellen; uitvoeren; verrichten; vervaardigen; uithalen)
info do
werkwoord
;
info form
werkwoord
;
info make
werkwoord
;
info render
werkwoord
info fari
werkwoord
info maken
werkwoord
(doen; laten)
info make
werkwoord
;
info render
werkwoord
info igi
werkwoord
info maken
werkwoord
(creëren; scheppen)
info create
werkwoord
info krei
werkwoord
info maken
werkwoord
(herstellen; repareren; verstellen)
info fix
werkwoord
;
info mend
werkwoord
;
info repair
werkwoord
info ripari
werkwoord
info maken
werkwoord
(scheppen)
info compose
werkwoord
;
info create
werkwoord
info verki
werkwoord
info maken
zelfstandig naamwoord
(aanmaak; vervaardiging)
making
info farado
zelfstandig naamwoord
NederlandsEngels
aanmakenconfection; dress; light; make; manufacture; mix; temper
aanmaakconfection; making; manufacture
makenamount to; build; coin; coinage; compose; confect; confection; constitute; construct; create; do; draw; drive; fabricate; fix; form; get up; give; make; making; manufacture; mend; offer; pass off; produce; raise; realize; render; repair; score; send; shape; tailor; take; turn; volunteer
Woordenlijst
<< >