Nederlands–Engels woordenboek

Engelse vertaling van het Nederlandse woord aanleren

Nederlands → Engels

NederlandsEngels (indirect vertaald)Esperanto
info aanleren
werkwoord
(leren)
info learn
werkwoord
info lerni
werkwoord
info aangeleerd
bijvoeglijk naamwoord
info acquired
bijvoeglijk naamwoord
info lernita
bijvoeglijk naamwoord
info leren
werkwoord
(bijbrengen; onderrichten)
info teach
werkwoord
info instrui
werkwoord
info leren
werkwoord
(aanleren)
info learn
werkwoord
info lerni
werkwoord
info leren
werkwoord
(bijbrengen; onderwijzen)
info teach
werkwoord
info lernigi
werkwoord
info leren
bijvoeglijk naamwoord
(lederen)
info leather
bijvoeglijk naamwoord
info leda
bijvoeglijk naamwoord
NederlandsEngels
aanlerenacquire; learn
aangeleerdacquired; taught
lerencon; learn; leathern; teach
Woordenlijst
<< >