Nederlands–Engels woordenboek

Engelse vertaling van het Nederlandse woord aaneengesloten

Nederlands → Engels
Engels → Nederlands

NederlandsEngels (indirect vertaald)Esperanto
info aaneengesloten
bijvoeglijk naamwoord
(dicht; dik)
info concentrated
bijvoeglijk naamwoord
;
info condensed
bijvoeglijk naamwoord
;
info dense
bijvoeglijk naamwoord
;
info thick
bijvoeglijk naamwoord
info densa
bijvoeglijk naamwoord
info aaneensluiten
werkwoord
info condense
werkwoord
info densigi
werkwoord
NederlandsEngels
aaneengeslotenclose; serried; shoulder to schoulder; united
Woordenlijst
<< >