Nederlands–Duits woordenboek

Duitse vertaling van het Nederlandse woord aandoen

Nederlands → Duits
Duits → Nederlands

NederlandsDuits (indirect vertaald)Esperanto
info aandoen
werkwoord
(aanrichten; berokkenen; veroorzaken; ten gevolge hebben; zorgen voor)
info antun
werkwoord
;
info bereiten
werkwoord
;
info bewirken
werkwoord
;
info veranlassen
werkwoord
;
info verursachen
werkwoord
;
info zufügen
werkwoord
;
info mit sich bringen
werkwoord
;
info zur Folge haben
werkwoord
info kaŭzi
werkwoord
info aandoen
werkwoord
(aanbrengen; aantrekken; opbrengen; opleggen; opzetten)
info anlegen
werkwoord
;
info antun
werkwoord
;
info anziehen
werkwoord
;
info auflegen
werkwoord
info surmeti
werkwoord
info aandoen
werkwoord
(aanknippen; aanzetten; inschakelen)
info anschalten
werkwoord
;
info einschalten
werkwoord
info ŝalti
werkwoord
info geweld aandoen
werkwoord
(forceren; verkrachten)
info Gewalt antun
werkwoord
;
info vergewaltigen
werkwoord
info perforti
werkwoord
info geweld aandoen
werkwoord
info überwältigen
werkwoord
info superforti
werkwoord
info aandoening
zelfstandig naamwoord
(emotie)
info Bewegung
zelfstandig naamwoord
;
info Emotion
zelfstandig naamwoord
;
info Gemütsbewegung
zelfstandig naamwoord
;
info Rührung
zelfstandig naamwoord
info emocio
zelfstandig naamwoord
info aandoening
zelfstandig naamwoord
(kwaal)
info Erkrankung
zelfstandig naamwoord
;
info Krankheit
zelfstandig naamwoord
info malsano
zelfstandig naamwoord
info aandoening
zelfstandig naamwoord
(emotie)
info Affekt
zelfstandig naamwoord
;
info Affektion
zelfstandig naamwoord
;
info Neigung
zelfstandig naamwoord
;
info Vorliebe
zelfstandig naamwoord
info afekcio
zelfstandig naamwoord
info aandoenlijk
bijvoeglijk naamwoord
info bewegt
bijvoeglijk naamwoord
;
info gerührt
bijvoeglijk naamwoord
info kortuŝita
bijvoeglijk naamwoord
info aandoenlijk
bijvoeglijk naamwoord
info emotional
bijvoeglijk naamwoord
;
info emotionell
bijvoeglijk naamwoord
;
info ergreifend
bijvoeglijk naamwoord
;
info gefühlsmäßig
bijvoeglijk naamwoord
;
info rührend
bijvoeglijk naamwoord
;
info seelisch erregt
bijvoeglijk naamwoord
info emocia
bijvoeglijk naamwoord
info aangedaan
bijvoeglijk naamwoord
(geroerd; ontroerd)
info bewegt
bijvoeglijk naamwoord
;
info gerührt
bijvoeglijk naamwoord
info kortuŝita
bijvoeglijk naamwoord
info doen
werkwoord
(handelen; optreden; te werk gaan; handelen)
info agieren
werkwoord
;
info einwirken
werkwoord
;
info handeln
werkwoord
;
info machen
werkwoord
;
info sich verhalten
wederkerend werkwoord
;
info tätig sein
werkwoord
;
info verfahren
werkwoord
;
info vorgehen
werkwoord
;
info wirken
werkwoord
info agi
werkwoord
info doen
werkwoord
(aanmaken; begaan; afleggen; maken; stellen; uitvoeren; verrichten; vervaardigen)
info abhalten
werkwoord
;
info abstatten
werkwoord
;
info anfertigen
werkwoord
;
info ausführen
werkwoord
;
info begehen
werkwoord
;
info bereiten
werkwoord
;
info bewirken
werkwoord
;
info erledigen
werkwoord
;
info erschaffen
werkwoord
;
info erzeugen
werkwoord
;
info geben
werkwoord
;
info halten
werkwoord
;
info herstellen
werkwoord
;
info hervorbringen
werkwoord
;
info machen
werkwoord
;
info schließen
werkwoord
;
info schneiden
werkwoord
;
info stellen
werkwoord
;
info tun
werkwoord
;
info unterbreiten
werkwoord
;
info verrichten
werkwoord
info fari
werkwoord
info doen
werkwoord
(laten; maken)
info bewirken
werkwoord
;
info machen
werkwoord
;
info veranlassen
werkwoord
;
info verursachen
werkwoord
info igi
werkwoord
info doen
werkwoord
(plaatsen; steken; stellen; stoppen; zetten)
info setzen
werkwoord
;
info stecken
werkwoord
;
info stellen
werkwoord
info meti
werkwoord
info doen
werkwoord
(indienen; optreden; opvoeren; spelen; voorstellen; brengen)
info anbieten
werkwoord
;
info aufführen
werkwoord
;
info bieten
werkwoord
;
info darstellen
werkwoord
;
info präsentieren
werkwoord
;
info vorstellen
werkwoord
;
info sich bieten
wederkerend werkwoord
info prezenti
werkwoord
Woordenlijst
<< >