Engels–Nederlands woordenboek

Nederlandse vertaling van het Engelse woord abide

Engels → Nederlands
Nederlands → Engels

EngelsNederlands (indirect vertaald)Esperanto
info abide
werkwoord
(keep; remain; rest; stay; stay over; stop; tarry)
info toeven
werkwoord
;
info verblijven
werkwoord
info resti
werkwoord
info abide
werkwoord
(brook; condone; endure; put up with; stand; stomach; tolerate; bear)
info dulden
werkwoord
;
info verdragen
werkwoord
info toleri
werkwoord
info abide
werkwoord
(linger; remain; stay; sojourn)
info vertoeven
werkwoord
info restadi
werkwoord
info abide by
werkwoord
(come after; follow; succeed; trail; ensue)
info achternagaan
werkwoord
;
info bewandelen
werkwoord
;
info bijhouden
werkwoord
;
info opvolgen
werkwoord
;
info volgen
werkwoord
;
info voortvloeien
werkwoord
info sekvi
werkwoord
info abide by
werkwoord
(accomplish; execute; exercise; fulfil; keep; meet; observe; perform)
info inlossen
werkwoord
;
info nakomen
werkwoord
;
info naleven
werkwoord
;
info opknappen
werkwoord
;
info uitvoeren
werkwoord
;
info verrichten
werkwoord
;
info vervullen
werkwoord
;
info voltrekken
werkwoord
;
info zich kwijten van
werkwoord
info plenumi
werkwoord
info abide by
werkwoord
(comply; obey)
info gehoor geven aan
werkwoord
;
info gehoorzamen
werkwoord
;
info gehoorzamen aan
werkwoord
info obei
werkwoord
info abide by
werkwoord
(comply; follow; keep; mark; mind; obey; observe; respect; watch)
info gadeslaan
werkwoord
;
info in acht nemen
werkwoord
;
info observeren
werkwoord
;
info toekijken
werkwoord
;
info toezien
werkwoord
;
info waarnemen
werkwoord
;
info houden
werkwoord
info observi
werkwoord
info abide by
werkwoord
(respect)
info eerbiedigen
werkwoord
;
info respecteren
werkwoord
info respekti
werkwoord
info abiding
bijvoeglijk naamwoord
(constant; continual; continuous; enduring; lasting; permanent; standing; steadfast)
info blijvend
bijvoeglijk naamwoord
;
info duurzaam
bijvoeglijk naamwoord
;
info vast
bijvoeglijk naamwoord
info daŭra
bijvoeglijk naamwoord
EngelsNederlands
abideafwachten; beiden; dragen; dulden; toeven; uithouden; uitstaan; verbeiden; verblijven; verdragen; vertoeven; volharden; wonen
abide byzich houden aan
abide withniet verlaten
abidingblijvend; duurzaam; vast
Woordenlijst
<< >