English–Dutch dictionary

Dutch translation of the English word perfect

English → Dutch

EnglishDutch (translated indirectly)Esperanto
info perfect
adjective
(impeccable)
info perfect
adjective
;
info volkomen
adjective
;
info volmaakt
adjective
info perfekta
adjective
info perfect
verb
(consummate)
; ;
info perfektigi
verb
info perfect
common noun
info voltooid tegenwoordige tijd
common noun
info perfekto
common noun
info perfect
verb
(develop; elaborate; finish; work out)
;
info ellabori
verb
info imperfect
adjective
(defective; flawed)
info imperfect
adjective
;
info onvolkomen
adjective
info neperfekta
adjective
info imperfect
adjective
(broken; flawed; injurious; out of order)
info defect
adjective
;
info kapot
adjective
;
info stuk
adjective
info difekta
adjective
info imperfect
common noun
(imperfect tense)
info imperfectum
common noun
;
info onvoltooid verleden tijd
common noun
info imperfekto
common noun
info perfection
common noun
info perfectie
common noun
;
info volkomenheid
common noun
;
info volmaaktheid
common noun
info perfekteco
common noun
info perfectly
adverb
info perfect
adverb
info perfekte
adverb
EnglishDutch
perfectecht; foutloos; gaaf; perfect; perfectioneren; puntgaaf; verbeteren; vervolmaken; volkomen; volmaakt; volmaken; volslagen; voltooid tegenwoordige tijd; volvoeren
practice makes perfectal doende leert men; oefening baart kunst
imperfectimperfect; imperfectum; onvolkomen; onvolmaakt; onvoltooid; onvoltooid verleden tijd
letter‐perfectrolvast
perfectiblevolmaakbaar; voor verbetering vatbaar
perfectionperfectie; vervolmaking; volkomenheid; volmaaktheid; volmaking
perfectiveperfectief; volmakend
perfectlyabsoluut; foutloos; in de perfectie; volkomen; volmaakt; volslagen
Word list
<< >