Informatie over het woord doel (Nederlands → Esperanto: celo)

Woordsoortzelfstandig naamwoord
Uitspraak/dul/
Afbrekingdoel
Geslachtonzijdig
Meervouddoelen

Voorbeelden van gebruik

Over vijf minuten gaan wij dit doel onder vuur nemen.
Ik had mijn doel bereikt.
Toen kwam Kaa, recht op zijn doel af, vlug en begerig om te doden.
Het doel is om uiteindelijk een wolf te fotograferen.

Vertalingen

Afrikaansdoel; oogmerk; doelwit
Albaneesqëllim
Catalaansblanc; fi; finalitat; objectiu
Deensformål; hensigt; mål
DuitsZiel; Zweck
Engelsaim; butt; destination; end; goal; objective; purpose; target; object
Esperantocelo
Faeröersmál; stevnumið
Finsmaali; päämäärä
Fransbut; dessein
Hongaarscél
Italiaansproposito; scopo
LuxemburgsZil
Maleismaksud
Noorsmål
Papiamentsmeta
Poolscel
Portugeesalvo; fim; ponto de mira
Roemeensscop
Russischцель
SaterfriesSiel; Swäk
Spaansblanco; fin; finalidad; objetivo
Tsjechischcíl; účel
Turkshedef
Westerlauwers Friesdoel