Informatie over het woord ragen (Duits → Esperanto: leviĝi)

Uitspraak/ˈraːɡən/
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ich) rage(ich) ragte
(du) ragst(du) ragtest
(er) ragt(er) ragte
(wir) ragen(wir) ragten
(ihr) ragt(ihr) ragtet
(sie) ragen(sie) ragten
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ich) rage(ich) ragte
(du) ragest(du) ragtest
(er) rage(er) ragte
(wir) ragen(wir) ragten
(ihr) raget(ihr) ragtet
(sie) ragen(sie) ragten
Gebiedende wijs
(du) rage
(ihr) ragt
ragen Sie
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
ragend(haben) geragt

Voorbeelden van gebruik

Verwaschene Grabsteine und vermoderte Holzkreuze ragten grotesk winklig zum mitternächtlichen Himmel.

Vertalingen

Afrikaansopstaan; styg; opkom
Engelsrise
Esperantoleviĝi
Fransse soulever
Italiaanssalire
Nederlandsopgaan; opkomen; oprijzen; opstaan; opstijgen; rijzen; stijgen; verrijzen; wassen; zich verheffen; omhoogrijzen; de hoogte in gaan; ter sprake komen
Papiamentssubi
Portugeeslevantar‐se
Roemeensrăsări
Saterfriesapgunge; stiege
Schots-Gaelischéirich
Spaanssubir
Thaisขึ้น
Tsjechischstoupat; vzrůstat
Westerlauwers Friesoprize; stige