Informatie over het woord say (Engels → Esperanto: diri)

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/seɪ̯/
Afbrekingsay

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(I) say(I) said
(thou) sayest(thou) saidst, saidest
(he) says, sayeth(he) said
(we) say(we) said
(you) say(you) said
(they) say(they) said
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(I) say (I) said
(thou) say(thou) said
(he) say(he) said
(we) say(we) said
(you) say(you) said
(they) say(they) said
Gebiedende wijs
say
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
sayingsaid

Voorbeelden van gebruik

What did he say?
You can tell him I said so.
“I trust you as much as I trust any man”, said Cormac, “but I must have more than your mere word on the matter.”

Vertalingen

Afrikaans
Catalaansdir
Deenssige
Duitssagen
Engels (Oudengels)cweþan
Esperantodiri
Faeröerssiga
Finssanoa
Fransdire
Hongaarsmond; szól
IJslandssegja
Italiaansdire
Jiddischזאָגן
Latijndicere
Maleiskata; berkata; cakap; tutur; ucap
Nederlandszeggen
Noorssi
Papiamentsbisa
Poolsmówić
Portugeesdizer
Roemeensspune
Russischговорить; сказать
Saterfriesärwääne; kweede; tälle
Schots-Gaelischabair; can
Spaansdecir
Sranantaki; taygi
Swahili‐sema
Thaisว่า; พูด
Tsjechischříkat
Turksdemek; söylemek
Westerlauwers Friessizze
Zweedssäga