Informatie over het woord lichten (Nederlands → Esperanto: levi)

Uitspraak/ˈlɪxtə(n)/
Afbrekinglich·ten
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) licht(ik) lichtte
(jij) licht(jij) lichtte
(hij) licht(hij) lichtte
(wij) lichten(wij) lichtten
(gij) licht(gij) lichttet
(zij) lichten(zij) lichtten
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) lichte(dat ik) lichtte
(dat jij) lichte(dat jij) lichtte
(dat hij) lichte(dat hij) lichtte
(dat wij) lichten(dat wij) lichtten
(dat gij) lichtet(dat gij) lichttet
(dat zij) lichten(dat zij) lichtten
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
lichtlicht
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
lichtend, lichtende(hebben) gelicht

Voorbeelden van gebruik

Hij lichtte de hoed en vervolgde met nieuwe moed zijn weg.
Laat het anker maar lichten.
Even later opende hij aarzelend de deur en lichtte de hoed.

Vertalingen

Afrikaansoptrek; stel
Catalaansaixecar; alçar; elevar; enlairar
Deensløfte
Duitsaufheben; erheben; heben; zücken
Engelsheave; hoist; lift; raise
Esperantolevi
Faeröershevja; lyfta; reisa
Finsnostaa
Fransélever; lever; soulever
Grieks (Oudgrieks)αἴρω
IJslandshefja; lyfta; reisa
Italiaansalzare
Latijnlevare
Papiamentshisa; subi
Portugeeselevar; erguer; suspender
Saterfriesaphieuwje; aplichte; aptille; beere; hieuwje; lichte; riskje; stämme
Schots-Gaelischàrdaich; tog
Spaansalzar; levantar
Westerlauwers Friesheffe
Zweedshissa; upphisa; upphäva; upphöja