Informatie over het woord schelten (Duits → Esperanto: riproĉi)

Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ich) schelte(ich) schalt
(du) schiltst(du) schaltest, schaltst
(er) schilt(er) schalt
(wir) schelten(wir) schalten
(ihr) scheltet(ihr) schaltet
(sie) schelten(sie) schalten
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ich) schelte(ich) schälte, schölte
(du) scheltest(du) schältest, schöltest
(er) schelte(er) schälte, schölte
(wir) schelten(wir) schälten, schölten
(ihr) scheltet(ihr) schältet, schöltet
(sie) schelten(sie) schälten, schölten
Gebiedende wijs
(du) schilt
(ihr) scheltet
schelten Sie
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
scheltend(haben) gescholten

Vertalingen

Afrikaansbeknor; berispe; verwyt
Catalaansrenyar; reposar
Deensbebrejde
Engelsscold
Esperantoriproĉi
Finsmoittia
Fransgronder; reprendre; réprimander; reprocher; sermonner
IJslandsátelja
Italiaansriprendere
Nederlandsbeknorren; berispen; terechtwijzen; verwijten; de les lezen
Noorsbebreide
Papiamentsreprochá
Portugeescensurar; incriminar; repreender
Saterfriesfoarsmiete; rachje; scheelde; skeelde
Spaanscensurar; regañar; reprobar; reprochar; vituperar
Thaisกล่าวโทษ
Turksazarlamak
Westerlauwers Friesferwite
Zweedsförebrå; förevita