Informatie over het woord uitkrijgen (Nederlands → Esperanto: demeti)

Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) krijg uit(ik) kreeg uit
(jij) krijgt uit(jij) kreeg uit
(hij) krijgt uit(hij) kreeg uit
(wij) krijgen uit(wij) kregen uit
(gij) krijgt uit(gij) kreegt uit
(zij) krijgen uit(zij) kregen uit
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) uitkrijge(dat ik) uitkrege
(dat jij) uitkrijge(dat jij) uitkrege
(dat hij) uitkrijge(dat hij) uitkrege
(dat wij) uitkrijgen(dat wij) uitkregen
(dat gij) uitkrijget(dat gij) uitkreget
(dat zij) uitkrijgen(dat zij) uitkregen
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
uitkrijgend, uitkrijgende(hebben) uitgekregen

Vertalingen

Afrikaansafhaal; afsit; uittrek
Albaneesheq
Catalaanstreure
Duitsausziehen; zurücklegen
Engelslay; put down; put off; take off
Esperantodemeti
Faeröersleggja frá sær
Fransenlever
Italiaanstogliere
Papiamentskita
Poolszdjąć
Portugeesdepor; tirar
Saterfriesferschuuwe; ferskuuwe; touräächlääse
Spaansquitar; sacar
Westerlauwers Friesôfdwaan; ôflizze; ôfsette