Informatie over het woord willen (Nederlands → Esperanto: voli)

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/ˈʋɪlə(n)/
Afbrekingwil·len

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) wil(ik) wilde, wou
(jij) wil, wilt(jij) wilde, wou
(hij) wil(hij) wilde, wou
(wij) willen(wij) wilden
(gij) wilt(gij) wildet
(zij) willen(zij) wilden
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) wille(dat ik) wilde
(dat jij) wille(dat jij) wilde
(dat hij) wille(dat hij) wilde
(dat wij) willen(dat wij) wilden
(dat gij) willet(dat gij) wildet
(dat zij) willen(dat zij) wilden
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
willend, willende(hebben) gewild

Vertalingen

Afrikaanswil
Albaneesdua
Catalaansvoler
Deensville
Duitswollen
Engelswant; will
Engels (Oudengels)willan
Esperantovoli
Faeröersvilja
Finstahtoa
Fransavoir à; vouloir
Hongaarsakar
IJslandsvilja
Italiaansvolere
Jamaicaans Creoolswahn
Maleismahu; mau
Nederduitswillen
Noorsville
Papiamentske; kiè; kier
Poolschcieć
Portugeesquerer; ter vontade de
Roemeensdori
Russischзахотеть; хотеть
Saterfrieswolle
Schotswant
Schots-Gaelischiarr
Spaansquerer
Srananwani
Swahili‐taka
Thaisต้องการ; อยากจะ; อยาก
Tsjechischchtít; přát si; žádat
Westerlauwers Frieswolle
Zweedsvilja