Informatie over het woord opdelen (Nederlands → Esperanto: dividi)

Synoniemen: delen, opsplitsen, splitsen, verdelen

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/ˈɔbdelə(n)
Afbrekingop·de·len

Vertalingen

Afrikaansdeel
Catalaansdividir; partir
Deensdele
Duitsdividieren; teilen; einteilen; gliedern; zerlegen
Engelsdivide
Engels (Oudengels)dælan; gedælan
Esperantodividi
Faeröersbýta sundur; deila
Finsjakaa
Fransdébiter; diviser; partager
Hongaarsoszt
Italiaansdividere
Latijndividere
Luxemburgsverdeelen; deelen
Maleisbagi … membagi
Nederduitsupdeylen; deylen; verdeylen; vordeylen
Papiamentsdividí
Poolsdzielić
Portugeesdesmembrar; dividir; repartir
Roemeensdespărți; diviza; împărți
Saterfriesdeele; dividierje; ferdeele; gliederje; iendeele
Schotsdivide
Schots-Gaelischcuid; roinn; sgoilt
Spaansdividir; partir
Turksbölmek
Westerlauwers Friesdiele; ferdiele; ferpartsje; partsje
Zweedsdela