Information über das Wort bijhouden (Niederländisch → Esperanto: teni kalkulon de)

WortartVerb
Aussprache/ˈbɛi̯ɦɑu̯də(n)/
Trennungbij·hou·den

Konjugation

Indikativ
PräsensPräterium
(ik) hou bij, houd bij(ik) hield bij
(jij) houdt bij(jij) hield bij
(hij) houdt bij(hij) hield bij
(wij) houden bij(wij) hielden bij
(jullie) houden bij(jullie) hielden bij
(gij) houdt bij(gij) hieldt bij
(zij) houden bij(zij) hielden bij
Konjunktiv
PräsensPräterium
(dat ik) bijhoude(dat ik) bijhielde
(dat jij) bijhoude(dat jij) bijhielde
(dat hij) bijhoude(dat hij) bijhielde
(dat wij) bijhouden(dat wij) bijhielden
(dat jullie) bijhouden(dat jullie) bijhielden
(dat gij) bijhoudet(dat gij) bijhieldet
(dat zij) bijhouden(dat zij) bijhielden
Imperativ
Einzahl/MehrzahlMehrzahl
hou bij, houd bijhoudt bij
Partizipien
PräsenspartizipPerfektpartizip
bijhoudend, bijhoudende(hebben) bijgehouden

Übersetzungen

Englischkeep track of
Esperantoteni kalkulon de