Nederlands–Zweeds woordenboek

Zweedse vertaling van het Nederlandse woord zeker

Nederlands → Zweeds
  
NederlandsZweeds (indirect vertaald)Esperanto
(toch)
ju
(allicht; vast; zeker wel)
troligtvis
🔗 Je bent zeker een journalist, hè?
given
;
säker
;
trygg
(betuigen)
betrygga
(vast; zeker)
troligtvis
🔗 Je begrijpt zeker wel wat er met jou en mij zal gebeuren, wanneer dat zwijn het fort overgeeft.
(onbepaald; precair)
oviss
(beweren)
hävda
;
påstå
🔗 Er zal spoedig genoeg worden gevochten, dat verzeker ik u.
(assureren; veilig stellen)
försäkra
🔗 Was de stier dan niet verzekerd?