Nederlands–Zweeds woordenboek

Zweedse vertaling van het Nederlandse woord werk

Nederlands → Zweeds
  
NederlandsZweeds (indirect vertaald)Esperanto
(arbeid; emplooi; karwei)
arbete
;
verk
🔗 Ik was nog niet tot werk in staat.
processa
🔗 Hoe gaat men te werk bij toepassing van de tweede wet van Kirchhoff?
(gedicht; poëem)
dikt
(ambacht; beroep; vak; métier; stiel)
yrke
(reparatie)
reparation
🔗 Eindelijk was het grote huis dan leeg en mijn vader vond dat hij nu mooi met het herstelwerk kon beginnen.
(kunstvoorwerp)
konstalster
;
konstföremål
🔗 Hij staat daar in de spiegel te staren als iemand die een kunstwerk bewonderd.
slagwerk
(drumstel; drums)
trumset
(aannemen; huren; in dienst nemen; aantrekken)
engagera
(klok);
ur
🔗 Zet jullie uurwerken gelijk.
göra
🔗 Hij vroeg zich af of hij soms op de ruïnes van de beschaving keek die deze vreemde mensen gewrocht hadden te midden van de woeste omgeving van hun vreemde, wilde verblijfplaats.
(arbeiden)
arbeta
;
verka
🔗 Er wordt hard en lang gewerkt.
(arbeider; werkman)
arbetare
werking
(effect; uitwerking)
effekt
(arbeider; werkman; werker)
arbetare
🔗 Ze zegt dat Namour de leiding heeft over alle werkkrachten van buiten.
arbetslös
🔗 Renzo is werkloos, zoals haast alle mannen van het dorp.
(procédé)
förfäringssätt