Nederlands–Zweeds woordenboek

Zweedse vertaling van het Nederlandse woord spreken

Nederlands → Zweeds
  
NederlandsZweeds (indirect vertaald)Esperanto
(praten)
tala
🔗 Maar ik kon niet spreken.
(behandelen; bepraten; discussiëren)
diskutera
;
orda om
🔗 Dit is niet besproken geworden.
(discuteren; discussiëren; bediscussiëren)
diskutera
;
orda om
(bluffen; opscheppen; pochen; snoeven; snorken; stoffen; ophakken; opsnijden)
skryta
(belasteren)
bakdanta
;
baktala
;
förtala
;
häda
;
nedsvärta
(katheder)
kateder
🔗 Hij sprak voor de microfoon op het spreekgestoelte van de grote zaal.
spreektaal
(omgangstaal)
talspråk
ordspråk
🔗 Er bestond een oud spreekwoord dat zei dat het voor een man net zo fijn was een schip als een vrouw onder zich te voelen en Arflane kwam erachter dat hij het daarmee eens was.
talare
🔗 De spreker vervolgde zijn toespraak.
(betuigen; uitdrukken; uiten)
uttrycka
🔗 Het Kremlin heeft zijn steun uitgesproken voor de benoeming van Mojtabā Xāmene’i als nieuwe opperste leider van Iran.
(aangeven; verklaren)
betyga
;
förklara
🔗 Een meerderheid in de Tweede Kamer heeft uitgesproken dat de leus „From the river to the sea, Palestine will be free” een oproep tot geweld is.