Nederlands–Zweeds woordenboek
Zweedse vertaling van het Nederlandse woord kunnen
| Nederlands | Zweeds (indirect vertaald) | Esperanto |
|---|---|---|
| (bij machte zijn) | gitta ; må ; mäkta ; orka | |
| ||
| (aanzien; dulden; toelaten; tolereren; velen; verdragen; pikken; lijden; gedogen; harden; op zich laten zitten) | tåla | |
| ||