Nederlands–Zweeds woordenboek

Zweedse vertaling van het Nederlandse woord kruis

Nederlands → Zweeds
  
NederlandsZweeds (indirect vertaald)Esperanto
kors
(swastika)
hakkors
🔗 Door onbekenden zijn op de muren van het gebouw grote hakenkruisen geschilderd.
korsnäbb
mindre korsnäbb
malgranda krucbekulo
(klapbes)
krusbär
(kruisbladige wolfsmelk)
korstörel
krucfolia eŭforbio
korstfästa
🔗 De kelk kwam in handen van ene Jozef van Arimatea, die naar men zegt in de kelk het bloed opving uit de wonden van de gekruisigde Christus.
klippstånd
ligulario
(wegkruising; viersprong; kruising)
vägkorsning
;
vägmöte
🔗 Want Breeg stond op een oud kruispunt van wegen.
(kruiswoordpuzzel)
korsord
🔗 Hij wierp weer een blik op het kruiswoordraadsel.