| Nederlands | Spaans (indirect vertaald) | Esperanto |
|---|
| (maffen; pitten) | dormir | |
🔗 Had hij dan al die tijd geslapen?
|
gaan slapen (naar bed gaan) | acostarse | |
gaan slapen (in slaap vallen) | adormecer ; dormirse | |
| (in slaap vallen) | adormecer ; dormirse | |
🔗 Bent u gauw ingeslapen?
|
| (verscheiden; heengaan) | | |
🔗 Mijn enige troost is dat het wereldberoemd zal worden als ik eenmaal ontslapen ben.
|
| (verscheiden; heengaan) | | |
🔗 Zo’n ontslapen is toch wel heel onverwacht.
|
| | |
🔗 Biggles liep naar hem toe en zette de loop van het pistool tegen zijn slaap.
|
| (wagon‐lit) | coche‐cama | |
🔗 De conducteur van de slaapwagen kwam naar de beide heren toe.
|
| dormitorio | |
🔗 Er waren in het reusachtige oude gebouw verscheidene slaapzalen die met elkaar in verbinding stonden, en daar sliep het merendeel van de leerlingen.
|
| saco de dormir | |
🔗 Hun dekens en slaapzakken hadden ze zolang in het vliegtuig gelaten.
|