Nederlands–Spaans woordenboek

Spaanse vertaling van het Nederlandse woord looppas

Nederlands → Spaans
  
NederlandsSpaans (indirect vertaald)Esperanto
(stappen; treden; benen)
caminar
;
dar pasos
;
gestionar
🔗 Hij en John liepen naar hun ouders, die in de menigte stonden te wachten.
(tippelen; wandelen)
pasear
(stromen; vlieten; vloeien)
fluir
;
manar
🔗 Met zijn hand veegde hij het zweet van zijn voorhoofd dat in zijn ogen liep.
marchar
;
🔗 Elak vermande zich en liep het water in.
(bergpas)
desfiladero
;
paso
;
paso de montaña
;
paso desfiladero
🔗 We betraden de pas.
(paspoort)
🔗 U moet uw pas laten zien.
(juist; net; daarnet)
ahora mismo
;
hace un momento
;
recién
🔗 In het huis hing de geur van pas gebraden vlees.
(schrede; stap; voetstap)
paso
🔗 De stoet uit Dahaut hield op honderdvijftig pas afstand stil.

Het woord looppas kon door ons niet in de geselecteerde doeltaal vertaald worden.