Nederlands–Spaans woordenboek
Spaanse vertaling van het Nederlandse woord kunnen
| Nederlands | Spaans (indirect vertaald) | Esperanto |
|---|---|---|
| (bij machte zijn) | poder | |
| ||
| (aanzien; dulden; toelaten; tolereren; velen; verdragen; pikken; lijden; gedogen; harden; op zich laten zitten) | tolerar | |
| ||