Nederlands–Spaans woordenboek
Spaanse vertaling van het Nederlandse woord bijten
| Nederlands | Spaans (indirect vertaald) | Esperanto |
|---|---|---|
corroer | ||
| (happen) | morder | |
| ||
| (doorzetten; voet bij stuk houden; volharden; volhouden; het houden; het uithouden) | perseverar ; persistir | |
| (afsnauwen) | dar dentelladas a | |
| ||
uitbijten (aantasten; corroderen; uitvreten; wegvreten) | corroer | |
| (detineren; reserveren; terughouden; inhouden; wederhouden) | retener | |
| ||