Nederlands–Spaans woordenboek

Spaanse vertaling van het Nederlandse woord beginnend

Nederlands → Spaans
  
NederlandsSpaans (indirect vertaald)Esperanto
(aanvangen; aanvaarden; beginnen aan; beginnen met; inzetten; starten; een begin maken met; aangaan; aanheffen)
🔗 Vandaag ga ik een heel nieuw leven beginnen.
(aanbreken; aanvangen; ingaan; een aanvang nemen; inzetten; intreden; ertoe overgaan; van start gaan);
empezar
;
principiar
🔗 De film begint.