Informatie over het woord comenzar (Spaans → Esperanto: komenci)

Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdOnvoltooid verleden tijdOnbepaald verleden tijdToekomende tijd
(yo) comienzo(yo) comenzaba(yo) comencé(yo) comenzaré
(tú) comienzas(tú) comenzabas(tú) comenzaste(tú) comenzarás
(vos) comienzas(vos) comenzabas(vos) comenzaste(vos) comenzarás
(él) comienza(él) comenzaba(él) comenzó(él) comenzará
(nosotros) comenzamos(nosotros) comenzábamos(nosotros) comenzamos(nosotros) comenzaremos
(vosotros) comenzáis(vosotros) comenzabais(vosotros) comenzasteis(tú) comenzaréis
(ellos) comienzan(ellos) comenzaban(ellos) comenzaron(ellos) comenzarán
Voorwaardelijke wijs
(yo) comenzaría
(tú) comenzarías
(él) comenzaría
(nosotros) comenzaríamos
(vosotros) comenzaríais
(ellos) comenzarían
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdOnvoltooid verleden tijdToekomende tijd
(yo) comience(yo) comenzara, comenzase(yo) comenzare
(tú) comiences(tú) comenzaras, comenzases(tú) comenzares
(vos) comencés(vos) comenzaras, comenzases(vos) comenzares
(él) comience(él) comenzara, comenzase(él) comenzare
(nosotros) comencemos(nosotros) comenzáramos, comenzásemos(nosotros) comenzáremos
(vosotros) comencéis(vosotros) comenzarais, comenzaseis(tú) comenzareis
(ellos) comiencen(ellos) comenzaran, comenzasen(ellos) comenzaren
Gebiedende wijs
(tú) comienza
(vos) comenzá
(vosotros) comenzad
Gerundium
comenzando
Verleden deelwoord
comenzado

Vertalingen

Afrikaansbegin; aanhef; aanpak; aanváár; aanvang; aanvoor
Catalaanscomençar
Deensbegynde
Duitsanbrechen; anfangen; beginnen; den Anfang machen; antreten; ergreifen; starten
Engelsbegin; commence
Engels (Oudengels)beginnan
Esperantokomenci; ekigi
Faeröersbyrja
Finsaloittaa; alkaa
Franscommencer; aborder
IJslandsbyrja
Italiaanscominciare
Jiddischאָנהײבן
Nederduitsstarten; angån; anvatten; begünnen
Nederlandsaanbinden; aanvangen; beginnen; aanvaarden; beginnen aan; aanpakken; beginnen met; inzetten; starten; overgaan tot; ter hand nemen; een begin maken met; aangaan; aanheffen
Noorsbegynne
Papiamentsinisiá; kuminsá
Poolszaczynać
Portugeescomeçar; iniciar
Roemeensîncepe; porni
Saterfriesounbreeke; ounfange; ounfoatje; beginne
Srananbigin
Thaisเริ่ม
Tsjechischpočínat; počít; zahájit; začínat; začít
Turksbaşlamak
Westerlauwers Friesbegjinne; oangean; oanfange; oanpakke
Zweedsbegynna; börja