Nederlands–Frans woordenboek

Franse vertaling van het Nederlandse woord rijtuigbouwer

Nederlands → Frans
  
NederlandsFrans (indirect vertaald)Esperanto
(bouwvakker)
bâtisseur
🔗 Reeds de volgende dag had hij de bouwer te pakken waar de twee cilinders en de brander gestolen waren.
(wagon; spoorwagon)
🔗 Ik zal u een compartiment laten geven in het rijtuig dat wij in Belgrado hebben aangekoppeld.

Het woord rijtuigbouwer kon door ons niet in de geselecteerde doeltaal vertaald worden.