Informatie over het woord wagon (Nederlands → Esperanto: vagono)

Synoniemen: spoorwagen, spoorwagon, rijtuig

Woordsoortzelfstandig naamwoord
Uitspraak/ʋaˈɣɔn/
Afbrekingwa·gon
Geslachtmanlijk
Meervoudwagons

Verkleinwoord
EnkelvoudMeervoud
wagonnetjewagonnetjes

Voorbeelden van gebruik

Om niet het geklets van de vrouw aan te hoeven horen, namen Barnevelt en Tangaloa, samen met hun nieuwe kennis, de voorste wagon.
De postwagen was een van de weinige wagons die nog overeind stonden.
„Ik hoop dat dit u niet meer zal gebeuren”, antwoordde Fogg bedaard en nam plaats in een der wagons.
Zo bereikte hij de volgende wagon en daar ontmoette hij degene voor wie hij in werkelijkheid zijn coupé verlaten had.

Vertalingen

Afrikaanstreinwa; wa
Catalaansvagó
Deensvogn; waggon
DuitsBahnwagen; Wagen; Wagon; Waggon
Engelscoach; carriage; waggon; truck
Esperantovagono
Faeröersjarnbreytarvognur
Finsvaunu
Franswagon
Grieksάμαξα; βαγόνι
IJslandsvagn
Italiaansvagone; vettura
Jiddischװאָגן
Noorsvogn
Poolswagon
Portugeescarruagem; vagão
SaterfriesBoanwoain; Woain; Waggon
Spaanscoche; vagón
Tagalogbagón
Tsjechischvagon
Westerlauwers Friesspoarwein