Nederlands–Frans woordenboek

Franse vertaling van het Nederlandse woord bes

Nederlands → Frans
  
NederlandsFrans (indirect vertaald)Esperanto
baie
🔗 We zullen nu even pauzeren om enkele eetbare bessen te zoeken.
grand‐mère
;
aïeule
(trosbosbes)
myrtille arbustive
;
grande myrtille
;
myrtille américaine
zwarte bes
cassis
zwarte bes
(zwarte‐bessestruik)
cassissier
;
cassis
;
groseillier noir
(ribes)
groseillier
🔗 Aalbessen teelt men als ondercultuur in boomgaarden of afzonderlijk, soms ook in kassen.
groseille
groseillier à grappes
groseillier des Alpes
airelle
(bitterzoet)
douce‐amère
;
morelle douce‐amère
arbre au faisans
;
chèvrefeuille de l’Himalaya
(Kaapse kruisbes; ananaskers)
coqueret de Pérou
🔗 Het is een verwant van de goudbes (Physalis peruviana) en de echte lampionplant (Physalis alkekengi).
genèvrier
;
genévrier
🔗 Bij de ingang van de tuin, waar zware jeneverbessen het pad omzoomden, zag hij een tweetal roerloze witte gedaanten.
(gewone jeneverbes)
genévrier
;
genévrier commun
phytolaque
(mini‐kiwi; Siberische kruisbes)
kiwaï
;
kiwi de Sibérie
;
kiwi d’été
akra aktinidio
(kruisbes)
groseillier à maquereau
(klapbes)
groseillier à maquereau
sorbier
🔗 Schijnvruchten treft men aan bij de appel, de peer, de lijsterbes en de meidoorn.
alisier
;
alisier blanc
;
alisier de Bourgogne
;
alouchier
;
sorbier des Alpes
alise
(gewone sneeuwbes)
symphorine
(klapbes; kruisbes)
groseillier à maquereau
canneberge
(vlier; vlierstruik)
sureau
🔗 Ze had trouwens geen idee waar ze een vlierbes zou kunnen vinden.
(rode bosbes)
airelle rouge
🔗 Overal om ons staan vossebessen.