| Nederlands | Esperanto |
|---|
| (hefboom; koevoet) | |
🔗 Uit zijn rechterhand gleed een breekijzer.
|
| refrakti |
| refraktiĝi |
| (breuk) | |
| (breuk; fractuur; verbreking) | |
| |
🔗 We zouden niet willen dat u een been brak.
|
| (dóórbreken; stukbreken; verbreken) | |
🔗 Hij brak de stok in tweeën en gooide de stukken op het vuur.
|
| (afbreken; knappen; stukgaan) | |
🔗 De deur brak in stukken.
|
| |
🔗 Toch heb ik mijn belofte niet gebroken.
|
| |
🔗 Het dier brak de nek van de man en sleurde hem naar buiten.
|
| |
🔗 Hij probeert opnieuw de bank te breken.
|
| |
🔗 Hij kon de weerstand breken van de Spanjaarden, die zich in het kasteel verschanst hielden.
|
| |
🔗 Ze heeft gebroken met haar grootmoeder.
|
| |
| |
🔗 Zuring bevat veel ijzer en vitamine C.
|
| |
🔗 Er was niets meer over dan wat as en wat stukken ijzer.
|
| |
🔗 In Nederland bedroeg de productie aan ruw ijzer in 1951 524.000 ton en in 1957 701.000 ton.
|
| |