Woordenboek Nederlands–Esperanto

Esperanto‐vertaling van het Nederlandse woord Wijk

Nederlands → Esperanto
  
NederlandsEsperanto
Wijk
Wijk
(Wijk bij Duurstede)
(buurt; stadswijk)
🔗 Al doorzoek je de Chinese wijk, dan vind je ze nog niet.
(vluchten; vlieden; ervandoor gaan; zich uit de voeten maken; de benen nemen; de kuiten nemen; ontvluchten; wegvluchten)
🔗 De bewoners moesten de wijk nemen.
(arbeidersbuurt)
🔗 In een buitenwijk van Kaboel kwamen 400 mensen samen.
(Chinezenbuurt)
()
🔗 In de jodenwijk werden twee Arabieren door de menigte aangevallen.
(door de knieën gaan; zwichten)
🔗 Maar Gandalf week niet.
gazetportista rundo
(sloppenwijk)
novdoma kvartala
🔗 Ze woont met haar man Patrick inmiddels al jaren in een nieuwbouwwijk in Zaanstad.
(krottenwijk)
🔗 De politie heeft de laatste tijd meer sloppenwijken schoongeveegd.
(buurt; wijk)
stadswijk
urba kvartalo
🔗 De evacuatie van de woningen leidde tot veel onrust onder de wijkbewoners, van wie een aantal nog steeds niet naar huis is teruggekeerd.
kvartala flegistino
🔗 Bij Russische raketaanvallen afgelopen nacht op een woonwijk in Zaporižžja zijn zeker 12 mensen gedood, meldt de gouverneur.
zakenwijk
(zakenbuurt)