Informatie over het woord jodenwijk (Nederlands → Esperanto: judejo)

Woordsoortzelfstandig naamwoord
Uitspraak/ˈjodə(n)ʋɛɪ̯k/
Afbrekingjo·den·wijk
Geslachthistorisch vrouwelijk, tegenwoordig ook manlijk
Meervoudjodenwijken

Voorbeelden van gebruik

In de jodenwijk werden twee Arabieren door de menigte aangevallen.

Vertalingen

DuitsJudenviertel
Esperantojudejo; judkvartalo