Nederlands–Duits woordenboek

Duitse vertaling van het Nederlandse woord werkwoord

Nederlands → Duits
  
NederlandsDuits (indirect vertaald)Esperanto
Verb
;
Verbum
;
Zeitwort
🔗 Bij vele werkwoorden zijn aanwijzingen gegeven omtrent de vervoeging.
Kopula
;
Verbindungswort
(uitwerking hebben);
einwirken
;
erwirken
;
wirksam sein
;
Wirkung ausüben
;
🔗 Maar het werkte wel.
(gisten);
in Gärung sein
(arbeiden)
🔗 Er wordt hard en lang gewerkt.
🔗 Waar werk je?
(functioneren)
funktionieren
🔗 Maar de zagerij werkt nog!
bereiten
;
verrichten
;
erledigen
; ;
begehen
; ;
erzeugen
;
hervorbringen
;
erschaffen
;
unterbreiten
;
bewirken
; ;
🔗 Hij vroeg zich af of hij soms op de ruïnes van de beschaving keek die deze vreemde mensen gewrocht hadden te midden van de woeste omgeving van hun vreemde, wilde verblijfplaats.
🔗 Je hebt het woord „moordenaar” gebruikt.
🔗 Het woord is aan de markies de Cantecler.
🔗 En u moet nu maar erg op uw woorden passen!
🔗 Elk woord is hier te veel.