Nederlands–Duits woordenboek

Duitse vertaling van het Nederlandse woord spreker

Nederlands → Duits
  
NederlandsDuits (indirect vertaald)Esperanto
;
Sprechender
; ;
Vortragender
🔗 De spreker vervolgde zijn toespraak.
(praten);
🔗 Maar ik kon niet spreken.
(zeggen)
🔗 „Ge gaat te ver”, sprak de markies.