Nederlands–Duits woordenboek
Duitse vertaling van het Nederlandse woord splijtbaar
| Nederlands | Duits (indirect vertaald) | Esperanto |
|---|---|---|
| (barsten; scheuren; bersten) | ; sich spalten ; aufspringen | |
| (klieven; doorklieven; kloven) | spalten ; zerspalten ; | |
| ||
Het woord splijtbaar kon door ons niet in de geselecteerde doeltaal vertaald worden.