Nederlands–Duits woordenboek

Duitse vertaling van het Nederlandse woord bindend

Nederlands → Duits
  
NederlandsDuits (indirect vertaald)Esperanto
(verbindend; verplicht; verplichtend)
zwingend
;
obligatorisch
;
gefordert
;
allgemein verbindlich
;
vorgeschrieben
(inbinden);
einbinden
verdichten
;
zusammendrängen
;
komprimieren
(vastbinden; vastmaken; verbinden);
🔗 Ook hij werd gebonden.