Nederlands–Duits woordenboek
Duitse vertaling van het Nederlandse woord bijten
| Nederlands | Duits (indirect vertaald) | Esperanto |
|---|---|---|
korrodieren ; ; zerfressen ; ätzen ; sich einfressen in | ||
| (happen) | ||
| ||
| ||
| (doorzetten; voet bij stuk houden; volharden; volhouden; het houden; het uithouden) | ausdauern ; aushalten ; beharren ; ; verharren | |
matenmanĝi | ||
| ||
uitbijten (aantasten; corroderen; uitvreten; wegvreten) | korrodieren ; ; zerfressen ; ätzen ; sich einfressen in | |
| (detineren; reserveren; terughouden; inhouden; wederhouden) | zurückhalten | |
| ||