Nederlands–Afrikaans woordenboek

Afrikaanse vertaling van het Nederlandse woord braken

Nederlands → Afrikaans
  
NederlandsAfrikaans (indirect vertaald)Esperanto
(kotsen; overgeven; spugen; vomeren)
🔗 Onmiddellijk moest hij heftig braken.
(dóórbreken; stukbreken; verbreken)
🔗 Hij brak de stok in tweeën en gooide de stukken op het vuur.
(afbreken; knappen; stukgaan);
🔗 De deur brak in stukken.