Engels–Nederlands woordenboek
Nederlandse vertaling van het Engelse woord staysail
| Engels | Nederlands (indirect vertaald) | Esperanto |
|---|---|---|
staysail | ||
| ||
veli sur | ||
| (depart; leave; start) | ||
| (sojourn) | ; | |
| (be a guest) | ||
| (linger; remain; abide; sojourn) | ; | restadi |
| (halt; stop; end; hold; obstruct; stem; stall; arrest) | ; | |
| (pillar; support) | ; | |
| (remain; stay over; abide; keep; rest; stop; tarry) | ; ; ; | |
| ||
| (dwell; live; reside; house; lodge) | ||
| (keep; remain) | ||
| ||
| Engels | Nederlands |
|---|---|
| staysail | ⇆ stagzeil |
| sail | ⇆ afgaan; ⇆ afvaren; ⇆ besturen; ⇆ bevaren; ⇆ bezeilen; ⇆ doorklieven; ⇆ laten zeilen; ⇆ molenwiek; ⇆ overzeilen; ⇆ stevenen; ⇆ sturen; ⇆ uitvaren; ⇆ uitzeilen; ⇆ varen; ⇆ vertrekken; ⇆ wiek; ⇆ zeil; ⇆ zeilen; ⇆ zeilschip; ⇆ zeiltocht; ⇆ zweven |
| stay | ⇆ afremmen; ⇆ belemmering; ⇆ blijven; ⇆ een halt toeroepen; ⇆ het uithouden; ⇆ het volhouden; ⇆ indammen; ⇆ logeren; ⇆ oponthoud; ⇆ opschorten; ⇆ opschorting; ⇆ rem; ⇆ schoor; ⇆ schragen; ⇆ stag; ⇆ steun; ⇆ stilstand; ⇆ stuiten; ⇆ stut; ⇆ tegenhouden; ⇆ toeven; ⇆ uitstel; ⇆ vang; ⇆ verankeren; ⇆ verblijf; ⇆ verblijven; ⇆ vertoeven; ⇆ verwijlen; ⇆ wachten; ⇆ wonen; ⇆ zich ophouden |