Engels–Nederlands woordenboek
Nederlandse vertaling van het Engelse woord speakable
| Engels | Nederlands (indirect vertaald) | Esperanto |
|---|---|---|
| ; | ||
| ||
| (talk) | ; | |
| ||
| ; | ||
| ||
unspeakable (ineffable; inexpressible) | ||
| Engels | Nederlands |
|---|---|
| speak | ⇆ aanslaan; ⇆ aanspreken; ⇆ een rede houden; ⇆ in het openbaar spreken; ⇆ met elkaar spreken; ⇆ praaien; ⇆ praten; ⇆ redevoeren; ⇆ spreken; ⇆ sprekend zijn; ⇆ spreken van; ⇆ tegen elkaar spreken; ⇆ uitdrukken; ⇆ uitspreken; ⇆ zeggen; ⇆ zich laten horen |
| unspeakable | ⇆ afschuwelijk; ⇆ nameloos; ⇆ onuitsprekelijk; ⇆ onzegbaar |
Het woord speakable kon door ons niet in de geselecteerde doeltaal vertaald worden.