| Nederlands | Afrikaans (onregstreeks vertaal) | Esperanto |
|---|
| (eigenaardig; gek; raar; vreemd; zonderling; zonderbaar) | ; | |
🔗 Orastes kleedde hem in een vreemdsoortig donker fluwelen gewaad, rijk geborduurd met gouden sterren en halve manen.
|
| ; | |
🔗 Bij deze soorten zijn de bloempjes veel kleiner en altijd geel van kleur.
|
| (aard; slag) | ; | |
🔗 Dat is het leuke van dit soort werk.
|
| (eigenaardig; gek; raar; vreemdsoortig; wonderlijk; zonderling; zonderbaar) | ; | |
|
| (raar) | | |
🔗 Het waren vreemd vlugge muizen.
|
| | |
🔗 Ik ben vreemd in dit deel van het land.
|