| Nederlands | Afrikaans (onregstreeks vertaal) | Esperanto |
|---|
stukgaan (breken; afbreken) | ; | |
| ; | <futura helpverbo> |
🔗 Wat gaan we doen, chef?
|
| | |
🔗 Ik ging door de steeg aan den achterkant en klom over den muur, zodat ik op het terrein van het kasteel terecht kwam.
|
| (overgaan) | | |
|
| (rijden) | | |
| (zich begeven; varen) | | |
🔗 Hij ging naar de eetzaal van het hotel en nam plaats aan de hoek van een tafel.
|
| | |
🔗 Ze zijn met de auto gegaan en moesten een anderhalf uur rijden.
|
| | |
🔗 Op die manier gaat het niet.
|
| (akte; document; papier; schriftuur; oorkonde) | | |
🔗 Morgen kom ik zelf met de nodige stukken ter ondertekening.
|
| (toneelstuk) | | |
🔗 Zijn gezicht was zo kalm alsof hij in de schouwburg naar een stuk keek waarvan hij verloop en ontknoping al kende.
|
| (defect; kapot) | ; | |
| (deel; gedeelte; onderdeel; part) | ; ; | |
🔗 Conan liep op het in elkaar gevallen stuk toe, deed een paar passen achteruit en stormde toen naar voren.
|
| (bonk; brok; eindje) | | |
🔗 Zoals u wel begrijpen zult, moest ik daarbij wat rotsblokken en stukken boomstronk verwijderen die me in de weg stonden.
|
| (schilderij; schildering; schilderstuk) | | |
🔗 De enige die macht over hem heeft, is de vent die z’n handtekening op het stuk heeft gezet.
|