| Nederlands | Afrikaans (onregstreeks vertaal) | Esperanto |
|---|
| (breken; dóórbreken; verbreken) | | |
| (breuk; fractuur; verbreking) | ; | |
| (dóórbreken; stukbreken; verbreken) | | |
🔗 Hij brak de stok in tweeën en gooide de stukken op het vuur.
|
| (afbreken; knappen; stukgaan) | ; | |
🔗 De deur brak in stukken.
|
| | |
🔗 Het dier brak de nek van de man en sleurde hem naar buiten.
|
| (akte; document; papier; schriftuur; oorkonde) | | |
🔗 Morgen kom ik zelf met de nodige stukken ter ondertekening.
|
| (toneelstuk) | | |
🔗 Zijn gezicht was zo kalm alsof hij in de schouwburg naar een stuk keek waarvan hij verloop en ontknoping al kende.
|
| (defect; kapot) | ; | |
| (deel; gedeelte; onderdeel; part) | ; ; | |
🔗 Conan liep op het in elkaar gevallen stuk toe, deed een paar passen achteruit en stormde toen naar voren.
|
| (bonk; brok; eindje) | | |
🔗 Zoals u wel begrijpen zult, moest ik daarbij wat rotsblokken en stukken boomstronk verwijderen die me in de weg stonden.
|
| (schilderij; schildering; schilderstuk) | | |
🔗 De enige die macht over hem heeft, is de vent die z’n handtekening op het stuk heeft gezet.
|